1.

De stilte galmt in mijn oor.  Het wordt met regelmaat onderbroken door een luid monotoon gebrom, van een couveuse die hard werkt om dit kind, mijn kind, warm te houden. Het is niet helemaal zoals je het je voorstelt tijdens de zwangerschap.  Je droomt van zachte babygeluidjes, van gekir en zachte kreetjes en huiltjes en kuchjes en lachjes, vooral veel lachjes want hoe dat kind ook zal zijn; laat het boven alles in vredesnaam gelukkig zijn. Maar hier zijn geen huiltjes en kreetjes en lachjes. Hier wint de oorverdovende stilte het. Het is net zo beklemmend als het naargeestig is. Wij lijken net als alle andere ouders: wij maken foto’s met ons kind waarop we gelukzalig de camera in kijken, wij knuffelen en kussen en voeden zo vaak als we denken dat nodig is, wij vijlen nageltjes, verschonen  vieze luiers, alles met een glimlach, wij zijn apetrots op onze pasgeborene, zoals elke andere nieuwe ouder genieten wij ons suf. Alleen de stilte weet dat wij sterke toneelspelers zijn.

Want wij leven tussen hoop en vrees, tussen vandaag en gisteren, tussen de realiteit van nu en de droom van hopelijk overmorgen. Hier is geen wolk, geen roze en geen blauwe. Geen beschuit met muisjes, geen ooievaar in de voortuin, geen schreeuwen van de daken want ons kind is geboren, er is niets van alles dat we wilden dat er was. Behalve dan het kind. Het kind, ons kind, mijn kind en zijn kind. Een jongetje, met een sonde in zijn neus en twee infuzen; een in zijn rechtervoet en een in zijn linkerhand en drie plakkers met dierenplaatjes op zijn borstkas waar draden aan zitten die naar de monitor lopen. Hij is er wel, zo veel eerder dan gehoopt, zo veel kleiner dan verwacht, zo veel sterker dan gedacht. De monitor vertelt een statisch verhaal: dit is zijn temperatuur, zijn hartslag, zijn ademhaling. Elke dag hetzelfde, ‘geen incidenten’. In dit niemandsland doet hij het naar behoren.

Hij ademt, hij drinkt, hij slaapt, hij groeit en bloeit, hij doet alles wat hij moet doen.  En wij zeggen duizend keer op een dag tegen onszelf en elkaar dat hij in goede handen is. Ook al zijn dat vreemde handen die naar desinfectans ruiken. Ook al zijn wij daar niet voortdurend. Ook al kan hij ons niet ruiken en horen en zien en voelen. Soms geloven we onszelf of elkaar niet, en dan zeggen we het iets harder. Misschien maakt dat het meer waar.

De stilte blijft galmen. En wij zijn moe, doodop. In een andere tijd, een ander moment, zouden we wellicht ten strijde trekken, maar ook wij weten: wij kunnen hier niet tegenop. Dit is wat het is, ook wij zijn niet bij machte deze realiteit te veranderen. Op een dag mag hij mee naar huis, daar werken we naartoe. Daar waar het naar leven ruikt, naar eten en liefde en de kat bij het haardvuur. Daar waar de geluiden zijn, de stem van papa en de lach van een grote broer, het gemiauw van die kat en een mama die zachtjes voor hem zingt.

Waar alles is zoals het zijn moet.
Waar de stilte geen stem meer heeft.

6 thoughts on “1.

  1. Ik kwam op deze blog via Missy N. Ik weet niet wie je bent, en wat de situatie is en dat doet er ook niet toe. Maar ik wou je laten weten, dat er mensenzijn aan jullie denken, jullie familie en vrienden. Dat zijn mensen die niet beseffen, hoe lastig en vermoeiend deze periode is voor jullie, maar vertel het hen, laat hen er voor jullie zijn, ze zullen met graagte effe sterk zijn voor jullie, als het voor jullie even te veel wordt.
    en vooral geniet van jullie zoon, knuffel en geniet van de momenten dat hij even bij jullie kan zijn…

    Groetjes
    een mama van 2mini (die al veel gegroeid zijn)

  2. Ook ik kom hier via Missy N, ook ik ken je niet. Maar ik ben geraakt door wat je schrijft en ik hoop dat jouw laatste alinea veel sneller realiteit zal worden dan je durft hopen. Alle goeds!

  3. Ik kom hier ook via Missy N.
    En ik wil enkel zeggen: sterkte! Veel sterkte!
    En ook, loop jezelf niet voorbij, praat, en blijf praten. Er zijn altijd mensen rondom je die je begrijpen.

  4. Ik kom toevallig op deze blog terecht, onze dochter werd op 29 weken geboren en wij hebben eveneens enorm bange weken achter de rug gehad.
    Ik ben me ervan bewust dat wij enorm enorm veel geluk hebben gehad dat we zo’n sterke dochter hebben. Ze heeft eigenlijk nooit iets meegemaakt, maar wat een vreselijke tijd was het daar toch… Telkens ik eraan denk springen de tranen opnieuw in m’n ogen en dit zal waarschijnlijk voor altijd zo blijven. Blijf erover praten, zeker met elkaar, alleen zo kan je samen sterk door deze moeilijke tijden heen komen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.