T. W.

Zes jaar geleden begon zijn cognitieve achteruitgang. Het begon klein, zelfs onzichtbaar voor zij die ver van hem af stonden. Mensen die dichterbij stonden merkten het wel: hij kon zo vaak niet de juiste woorden vinden, werken werd ineens heel ingewikkeld, werkte hij niet gewoon te hard? Twee jaar na de eerste verschijnselen werd de diagnose Alzheimer gesteld. Er kwam hulp, hij ging naar dagbesteding, en zijn uitgebreide netwerk deed exact wat nodig is in zo een situatie: zij waren er. Zo vaak ze konden, in een elkaar afwisselend rooster. Hij voelde zich gedragen. Maar Alzheimer is nietsontziend, en zijn onvermogen zichzelf staande te houden groeide ook zijn liefdevolle familie boven het hoofd. Een maand geleden werd hij opgenomen, op de plek waar ik werk. Kleinschalig wonen, met een eigen kamer, geen enkele verplichting, en 24-uurs zorg van mensen die veel ervaring hebben met wat hem nu overkomt. Hij loopt dagen heen en weer, op zoek naar iets om handen dat zijn voortdurende piekeren onderbreekt. Zijn hoofd maakt overuren, en als hij al in staat is om het uit te spreken is hij niet bij machte het te stoppen. Meer dan eens beseft hij wat er met hem gaande is, de wanhoop in zijn ogen is hartverscheurend.

Zijn ziektebeeld is niet nieuw voor ons, het verdriet dat er bij hem en zijn familie is ook niet. Wij luisteren en verzorgen en sturen bij en kalmeren. Want dat is wat wij doen, dat is ons werk. En in stilte huilen wij met ze mee, om de keiharde mokerslag die het leven ze geeft. Zes jaar geleden begon zijn achteruitgang. Hij was toen 50.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.